Toegepaste taalwetenschap als basis

Toegepaste taalwetenschap richt zich niet op één taal, maar verbindt algemene wetenschappelijke inzichten over taal met praktische vraagstukken rond het leren, onderwijzen en gebruiken van taal in allerlei situaties. Tijdens de opleiding wordt een brede basiskennis verworven die verder wordt uitgewerkt in vakken als:
     ·       Kindertaalverwerving
     ·       Taalontwikkelingsstoornissen
     ·       Spreken en Horen
     ·       Taalleerproblemen 
Studenten leren hoe een gedegen onderzoek in elkaar steekt en hoe je op een betrouwbare manier je gegevens verwerkt. In werkcolleges en practica leren de studenten de symptomen, mogelijke oorzaken en daaraan gekoppelde behandelmethoden in Nederland en daarbuiten kennen van Specifieke Taalontwikkelingstoornissen (ook in combinatie met meertalige kinderen) en Dyslexie. Onder andere moeten ook analyses worden gemaakt van schrijfproducten (dictees/spontane schrijfproducten, ook van dyslectici) waarna vervolgens daarbij een onderwijstoepassing moet worden opgesteld. Denk hierbij aan het ontwikkelen van een behandelplan voor één bepaald kind of voor een groepje kinderen, het ontwikkelen van een alternatieve scoringsmethode voor dyslectici of het ontwikkelen van een foutenanalysemodel voor dictees.