Een neushoorn kan veel schijten. Zo kan de Indische neushoorn maar liefst 30 kilo mest per keer produceren en poepen ze graag op kruispunten van paden, die leiden naar weidegronden, modderpoelen of drinkplaatsen. Dat is allemaal heel informatief, maar wat heeft het te maken met een blog over taal? Het probleem zit ‘m in de titel van een bord in mijn favoriete dierentuin: Blijdorp. Daar staat met koeienletters: “Grote Schijtert” geschreven.

 

Ik moedig de kinderen die ik in behandeling heb en waarbij ik het achtervoegsel (of plakstukje, hoe ik het liever noem) -erd behandel ook altijd aan om een bezoekje aan de dierentuin te brengen en dit betreffende bord te lezen. En nog mooier, om vervolgens aan hun ouders uit te leggen welke taalfout erop staat. Heerlijk om een goed poepverhaal klaar te hebben liggen om iets (in dit geval een regel) onder de aandacht te brengen. Roald Dahl is er groot mee geworden.

 

Maar hoe zit het dan met onze ‘schijtert’ die een ‘schijterd’ had moeten zijn?

Het grondwoord in schijterd is: ‘schijt’ (= de stam van het werkwoord schijten, wat poepen betekent).

Het plakstukje is: ‘erd’ (= iemand die de door het grondwoord genoemde eigenschap bezit).

Andere voorbeelden van woorden met het achtervoegsel -erd zijn: dikkerd, lelijkerd, stommerd, lomperd, etc.

 

Als je goed oplet dan zal opvallen dat het plakstukje ‘erd’ een negatieve bijklank heeft. De inofficiële definitie van schijterd is dan ook: iemand die snel bang is. In de Woordenlijst Nederlandse Taalvan de Taalunie en de spellingwoordenlijst van OpenTaal is het woord niet opgenomen. Jammer, want dat maakt het googelen van de juiste spelling voor mijn dyslectische leerlingen niet makkelijker. In ons dierentuintekstje is schijterd letterlijk van aard en slaat het meer op een bezigheid dan op een karaktereigenschap. Mogelijk komt hier ook het foutje vandaan en vond men deze schijtert geen echte schijterd.

 

Van mij mag Blijdorp het bord laten staan. Anders ben ik mijn aansprekend voorbeeld van een taalfout in de praktijk kwijt. En bordjes lezen in een dierentuin is een goede manier om tekstlezen te promoten. Het gaat immers om leeskilometers maken als je dyslexie hebt.